De Nationale Opera Amsterdam. Opera van Georg Friedrich Händel, op een anoniem libretto gebaseerd op “Ginevra, principessa di Scozia” van Antonio Salvi uit 1708. De opera werd op 8 januari 1735 voor het eerst opgevoerd in Covent Garden Theatre te Londen. Première van deze productie door De Nationale Opera in het Muziektheater te Amsterdam op 17 januari 2016. Bijgewoonde voorstelling op 20 januari 2016.

Ariodante – Anett Fritsch (Ginevra), Luca Tittoto (Il Re di Scozia) en Sarah Connolly (Ariodante). (Foto: Clärchen&Matthias Baus)Bezetting: Ariodante: Sarah Connolly; Ginevra: Anett Fritsch; Lurcanio: Andrew Tortise; Polinesso: Sonia Prina; Re di Scozia: Luca Tittoto; Dalinda: Sandrine Piau; Odoardo: Christopher Diffey.

Muzikale leiding: Andrea Marcon; regie: Richard Jones; Concerto Köln & Koor van De Nationale Opera.

Händel’s volgens sommigen mooiste opera, “Ariodante”, is er een voor echte barokliefhebbers. Ruim vier uur lang “da capo” en “dal segno” aria’s vereisen zitvlees van wel haast Wagneriaanse taaiheid. Waar zijn de coupures als je ze nodig hebt? In ieder geval zijn ze niet te vinden in deze coproductie van De Nationale Opera, Lyric Opera of Chicago, het Festival d’Aix-en-Provence en de Canadian Opera.

Wat bepaald niet helpt, is de oersaaie regie van Richard Jones, die de handeling uiteraard verplaatst had (zucht!) en ons in plaats van het Schotse Hof een indefiniete Schotse omgeving uit de tweede helft van de 20e eeuw voorschotelde. Jones vertelt niet het verhaal van Ariodante maar laat ons via Händel weten dat hij tot de kaste der politiek-correcte “regisseurs-met-een-boodschap” behoort, in dit geval iets met de onderdrukking van vrouwen en seksueel misbruik in de katholieke kerk. Een statement waar menig operaliefhebber geen enkele boodschap aan heeft (er was boegeroep na de première op 17 januari), maar ook een verschijnsel dat ons dermate door de strot is geduwd dat menigeen al bijna niet beter weet dan dat het zo hoort.

Ariodante – Sandrine Piau (Dalinda), Anett Fritsch (Ginevra), Luca Tittoto (Il Re di Scozia) en poppenspelers. (Foto: Clärchen&Matthias Baus)Hoe dan ook, Jones kwam in zijn regie met zijn bekende stokpaardjes, zoals kleding en kleuren uit de jaren vijftig/zeventig; de muziek en tekst aan de ene kant en regie aan de andere kant leidden weer tot de nodige krankzinnige incongruenties: alleen bij Jones wordt een geestelijke voortdurend aangesproken met de titel “hertog”. Ook ontkwam Jones niet aan de irriterende regisseursgewoonte om aan in het geheel niet komische barokopera’s enkele (zeer flauwe) komische elementen toe te voegen. Kortom opera was weer eens een kapstok voor de hersenspinsels van de moderne regisseur in plaats van een autonoom episodisch kunstwerk.

Maar er zijn vrolijker berichten over deze “Ariodante” te melden. Het woord “muziek” is gevallen, een operacomponent die het in het huidige tijdsgewricht nogal eens zwaar te verduren heeft, maar die recentelijk in operadirigenten van naam als Chailly en Muti belangrijke voorvechters heeft gevonden. En er was in deze “Ariodante” voor het oor absoluut heel wat meer te genieten dan voor het oog. Voor het Concerto Köln is Händel een thuiswedstrijd en onder leiding van Andrea Marcon speelde het ensemble enigszins risicoloos (hoe zou Harnoncourt dit gedaan hebben?) maar voortreffelijk, hoewel deze muziek waarschijnlijk beter tot zijn recht komt in een kleinere zaal dan die van het Amsterdamse Muziektheater.

Ariodante – Andrew Tortise (Lurcanio), Sarah Connolly (Ariodante), Anett Fritsch (Ginevra) en Luca Tittoto (Il Re di Scozia). Achtergrond: Koor van De Nationale Opera. (Foto: Clärchen&Matthias Baus)Er werd niettemin virtuoos gemusiceerd -en, door dirigent Marcon, geklavecimbaliseerd- en alle gekozen tempi waren precies op hun plaats. Fijne hoorns en luiten! In de laatste acte pakte Concerto Köln nog heel fraai uit met spectaculaire trompetten en pauken. Sarah Connolly, als Ariodante in een hobbezakkerige outfit die haar deed lijken op een kruising tussen Gérard Depardieu en een figurant uit de film “One flew over the cuckoo’s nest”, zat al zo’n vijfentwintig jaar in het vak, als zangeres van voornamelijk eigentijds klassiek en jazz, toen haar ster als operazangeres enkele jaren geleden pas echt als een komeet omhoog schoot. In deze “Ariodante” kun je horen waarom: ze heeft een prachtig naturel geluid, maar haar coloraturen vallen tegen; ze lijkt hier eerder met rubberkogels te schieten dan met een knetterende mitrailleur. Connolly’s vertolking van de beroemde aria’s “Scherza infida” (coloratuurloos) en “Dopo notte” was dan wel weer van een heel hoog niveau.

De fantastische Anett Fritsch als Ginevra was voor mij de reden dat dit geen verloren avond was. Ze zette met haar krachtige, heldere stem een schitterend expressieve en zeer overtuigende Ginevra neer. Luca Tittoto is de Koning van Schotland en zingt een bekwame baspartij. Speciale vermelding verdient Sandrine Piau als Dalinda, die met haar kwikzilveren sopraan en innemende acteerwerk over een dijk van een operapersoonlijkheid blijkt te beschikken. Voor Sonia Prina, als hertog Polinesso om volstrekt onduidelijke redenen als pastoor met tattoos ten tonele gevoerd, is deze rol duidelijk te hoog gegrepen: ze zingt eigenlijk simpelweg lelijk, met coloraturen die nog het meest aan de zangtechniek van Florence Foster Jenkins doen denken. En ook Andrew Tortise schiet ernstig te kort in de rol van Ginevra’s broer Lurcanio: een wat sullige tenor met de uitstraling van een filiaalchef van de Aldi die ook al duidelijk moeite heeft met de coloraturen.

Ariodante – Sarah Connolly (Ariodante) en Anett Fritsch (Ginevra). (Foto: Clärchen&Matthias Baus)En zo kwam er na 4 uur van nogal wisselend muzikaal genot en vrijwel constante ergernis aan de regie toch nog een einde aan deze Händel-marathon. Met een happy end, dat gunde Händel ons wel. Maar daar heeft regisseur Jones uiteraard een stokje voor gestoken: een gedeprimeerde Ginevra pakt haar koffer en vertrekt. Liftend.

Olivier Keegel (Gepubliceerd op 21/1/2016)

Olivier Keegel
Olivier Keegel

Chief editor and reviewer

Bellini, Donizetti. Tito Schipa, Fritz Wunderlich, Ileana Cotrubas. Stefano Mazzonis di Pralafera, Laurence Dale. Certified unmasker of directors’ humbug.

Reageer op dit artikel

avatar
  Subscribe  
Abonneren op